Start | Contact | Formulier

 

Gouden handdruk

Ontslag 

Het is aan de orde van de dag dat goed gekwalificeerde werknemers afvloeien. Vaak geeft de werkgever als pleister op de wonde een flinke som geld mee. Er kan zowel sprake zijn van gedwongen ontslag, als van beëindiging van de arbeidsovereenkomst door wederzijds goedvinden. Bij deze laatste manier van beëindigen zal de werknemer veelal een vergoeding ontvangen omdat deze anders niet snel bereid zal zijn om in onderling overleg akkoord te gaan. Bij beëindiging door wederzijds goedvinden heeft de werknemer veelal geen recht op een WW-uitkering.

Om in aanmerking te komen voor een WW-uitkering mag de werknemer op geen enkele wijze hebben meegewerkt aan de ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Als de betrokken werknemer na zijn ontslag aanspraak wil maken op een WW-uitkering dan doet hij er verstandig aan om, ook als overeenstemming is bereikt over de ontbinding van de arbeidsovereenkomst, het ontslag te laten bekrachtigen door de kantonrechter. Sinds op 1-1-1999 de Wet flexibiliteit en zekerheid in werking is getreden is geregeld dat een ontslagvergunning van de Regionaal directeur van de Arbeidsvoorziening vanwege bedrijfseconomische omstandigheden als bewijs van niet-verwijtbare werkloosheid geldt. De werknemer heeft dan, mits hij aan de overige eisen daarvoor voldoet, recht op een WW-uitkering. Een werknemer hoeft dus geen bezwaar te maken tegen een ontslagaanvraag vanwege bedrijfseconomische omstandigheden waarbij duidelijk is dat het ontslag onafwendbaar is. 

Hoogte van de gouden handdruk 
Als de rechter vindt dat het dienstverband met de werknemer dient te worden beëindigd, wordt aan de werknemer een vergoeding toegekend, mits het ontslag niet in overwegende mate aan de werknemer is te wijten.

Tot 1-1-1997 was er een aantal ingewikkelde formules om de hoogte van een ontslaguitkering te bepalen. De meest bekende was de Zwartkruis-formule. Sinds 1-1-1997 geldt er een nieuwe formule: de kantonrechterformule. Deze formule gaat uit van het aantal gewogen dienstjaren. De ontslagprocedure zal in beginsel niet langer dan 8 weken duren.

De hoogte van de vergoeding zal, afhankelijk van een correctie, als volgt worden vastgesteld:

Vergoeding = A x B x C
A = aantal gewogen dienstjaren
B = beloning
C = correctiefactor

Voor de berekening van A (aantal gewogen dienstjaren) wordt de diensttijd afgerond op hele jaren. De dienstjaren worden op de volgende wijze gewogen:

Dienstjaren voor het 40e levensjaar tellen voor 1, dienstjaren van het 40e tot het 50e levensjaar voor 1,5 en elk dienstjaar vanaf het 50e levensjaar telt voor 2.

Voor de berekening van B (beloning) zal worden uitgegaan van het bruto-maandsalaris, vermeerderd met vaste en overeengekomen looncomponenten zoals:

  • vakantietoeslag;

  • vaste dertiende maand

  • structurele overwerkvergoeding

  • vaste ploegentoeslag.

Niet tot B zullen worden gerekend het werkgeversaandeel pensioenpremie, auto van de zaak, onkostenvergoeding, tantiëme, het werkgeversaandeel in de ziektekostenverzekering en een niet-structurele winstdeling.

De correctiefactor C is bij een neutrale, ontbinding gelijk aan 1. De correctiefactor hangt af van de mate waarin de werknemer of de werkgever een verwijt kan worden gemaakt voor het beëindigen van de arbeidsovereenkomst. Valt een werknemer een ernstig verwijt te maken, dan kan dat voor de rechter aanleiding zijn de vergoeding lager vast te stellen, of zelfs helemaal geen vergoeding toe te kennen. De vergoeding zal niet hoger zijn dan de verwachte inkomstenderving tot aan de pensioengerechtigde leeftijd (behoudens eventuele immateriële schade). Voor de vaststelling van de hoogte van de ontslaguitkering is tevens van belang te weten of de betrokken werknemer na het ontslag aanspraak kan maken op een WW-uitkering.

De ontslaguitkering kan de vorm hebben van een uitkering ineens of een recht op periodieke uitkeringen (stamrecht). In verband met de Toeslagenwet moet er sprake zijn van een vrije keuze tussen een uitkering ineens en een stamrecht. Op grond van de Toeslagenwet heeft de ontslagen werknemer die recht heeft op een WW-uitkering, na verloop van tijd recht op een toeslag. Bij een vrije keuze tussen een uitkering ineens en een stamrecht zal de stamrechtuitkering niet ten koste gaan van de uitkeringen uit de Toeslagenwet. 

Aanwendingsmogelijkheden van de ontslaguitkering 

De werknemer kan ervoor kiezen om , in plaats van over de ontslaguitkering af te rekenen , dit bedrag aan te wenden voor de aankoop van een periodieke uitkering. Het voordeel van direct afrekenen is dat de werknemer onmiddellijk het nettobedrag van de ontslaguitkering vrij kan besteden. Daarentegen biedt een periodieke uitkering de mogelijkheid om de inkomsten op pijl te houden. Zo kan bijvoorbeeld gebruik worden gemaakt van een stijgende periodieke uitkering ter compensatie van een dalende WW-uitkering.

De periodieke uitkering kan worden aangekocht bij een professionele verzekeraar of bij de eigen BV (stamrecht-BV). Welke van deze 2 mogelijkheden de voorkeur verdient is afhankelijk van de feitelijke omstandigheden. Bij deze keuze spelen de volgende omstandigheden een rol:

-         Bij een stamrecht-BV blijft het vermogen in geval van vooroverlijden in handen van de aandeelhouders of de erfgenamen. De stamrecht-BV is vennootschapsbelasting verschuldigd over de sterftewinst. Als het stamrecht is ondergebracht bij een professionele verzekeraar vloeit het vermogen toe aan de verzekeraar, althans in het geval dat kinderen reeds de leeftijd van 30 hebben bereikt, en er ook geen (gewezen) echtgenoot of partner is, aan wie de uitkeringen kunnen worden gedaan. Dit bezwaar kan worden ondervangen door het afsluiten van een contraverzekering met een dalend verzekerd kapitaal, waardoor het resterende kapitaal toekomt aan de nabestaanden.

-         Er worden weinig eisen gesteld aan de wijze waarop de stamrecht-BV zijn vermogen belegt. Zo kan het kapitaal worden aangewend als startkapitaal of ter financiering van de woning van de ex-werknemer/aandeelhouder. Hoewel er sprake is van een hoge mate van flexibiliteit zal de stamrecht-BV echter op zakelijke voorwaarden een stamrecht aan de ex-werknemer moeten toekennen én nakomen.

-         Bij een stamrecht-BV wordt de winstopslag die een professionele verzekeraar hanteert zelf verdiend. Daarentegen wegen de transactiekosten zwaarder omdat het te beleggen vermogen in vergelijking tot een professionele verzekeraar relatief gering is. Bovendien bedragen de oprichtingskosten van een BV circa 2.000,- euro incl. BTW en moet daarnaast nog rekening worden gehouden met accountantskosten en de kosten van inschrijving bij de Kamer van Koophandel. Bovendien moet het gestorte kapitaal van de stamrecht-BV minimaal 18.000,- euro bedragen.

Gouden Handdruk-verzekering (stamrechtpolis)
Indien in het kader van een dienstbetrekking door de (ex-)werknemer een schadeloosstelling (bijvoorbeeld bij be�indiging) wordt verkregen, de gouden handdruk, dan kan er veelal voor worden gekozen om deze uitkering te genieten in de vorm van een aanspraak op periodieke uitkeringen. Een combinatie van een uitkering ineens en een stamrecht is ook mogelijk. 

Voorwaarden 
Op goudenhanddrukstamrechten zijn de stringente regels van de lijfrenteverzekeringen niet van toepassing. Zo wordt aan de uitkeringen uit een dergelijk stamrecht niet de eis gesteld dat deze vast en gelijkmatig dienen te zijn. Voor gouden handdrukken geldt een aantal andere, specifieke voorwaarden.
De wettelijke eisen waaraan een gouden handdruk stamrecht moet voldoen zijn de volgende:

-         de stamrechttermijnen moeten uiterlijk ingaan in het jaar waarin de ex-werknemer de leeftijd van 65 jaar bereikt

-         de stamrechttermijnen mogen uitsluitend ten goede komen aan de ex-werknemer

-         na overlijden mogen de lijfrentetermijnen slechts toekomen aan diens (ex-) echtgenoot/geregistreerde partner, partner met wie de werknemer een gezamenlijke huishouding heeft gevoerd, (pleeg-/stief-)kinderen die de leeftijd van 30 jaar nog niet hebben bereikt.

-         na overlijden van de ex-werknemer moeten de stamrechttermijnen direct ingaan. 

Vormen
Uit de voorwaarden voor toepassing van de stamrechtvrijstelling volgt dat de aanspraak op periodieke uitkeringen kan worden genoten in de vorm van een direct ingaande of een uitgestelde zuivere lijfrente of in de vorm van een gerichte lijfrente. Buiten de eisen met betrekking tot uiterste ingangsdatum en kring van gerechtigden dient er bij zuivere lijfrenten rekening te worden gehouden met een uitkeringsduur die voldoet aan het 1% overlijdenscriterium.

Het omzetten van een goudenhanddrukstamrecht 

Omzetting van een goudenhanddrukstamrecht in iedere andere vorm zal fiscaal gezien worden als afkoop. Wel is het mogelijk om de gouden handdruk geruisloos van de ene verzekeraar over te brengen naar een andere verzekeraar. (Ook vanuit eigen beheer naar een professionele verzekeraar vice versa).
Bij de overdracht van vóór 1-1-1995 gesloten goudenhandrukverzekeringen verliest men echter wel het recht op toepassing van de overgangsregel voor dit soort stamrechten. 

WW

In principe leidt een gouden handdruk bij beëindiging van het dienstverband niet tot een korting op de WW-uitkering, noch bij uitbetaling ineens, noch bij storting bij een verzekeraar voor de aankoop van een periodieke uitkering (stamrecht). Dit geldt ook voor aanvullingen op de WW-uitkering op grond van een sociaal plan of anderszins. Als er in de gouden handdruk loon over de opzegtermijn is opgenomen moet er rekening mee worden gehouden dat de WW-uitkering niet eerder zal ingaan dan nadat de wettelijke opzegtermijn in acht is genomen. Bij recht op loondoorbetaling bestaat er immers geen recht op WW.